Patienten Zorg BedScreen:Carescreen
de multimedia bedside terminal.
Maak kennis met de BedScreen, een slimme en eenvoudig te bedienen bedside terminal. Goedkoper dan een TV, maar ook meer dan een TV.

Luister ook radio, surf online en communiceer met de wereld buiten het ziekenhuis. BedScreen voorziet op deze wijze in entertainment en communicatie.
Diverse uitbreidingen zijn mogelijk, denk aan een menukaart: even een drankje of broodje bestellen? Ook dit kan door een patient eenvoudig worden besteld met behulp van onze BedScreen.
Online diensten met Telemedische zorg zijn in ontwikkeling.
Bedscreen / Carescreen is in de gezondheidszorg voor de zorg aan het bed een uitkomst. Daarnaast biedt het Caresreen Tablet vele communicatie mogelijkheden voor diverse branches. Speciaal als muldimedium voor interne communicatie, services en diensten.
Enkele conceptuele domeinnamen als aanhef worden gebruikt maar ter beschikking staan voor de opzet van portals of sites
.
TeleZorgThuis
TelNetCare
MedischConsult
ZorgConsult
MeditelCare
wMeditelZorg
Psychiater / Psychiatrie /
OnlinePsychiatrie
OnlinePsychiater
TelePsychiater
WoonZorgSuriname
ZorgDomotica
ZorgPro
ZorgWekkend
Webmarketing verbreden met
DOMEINSPECIALS, unieke conceptnamen/sectoren
Selectie concept domains'domain specials / domeinen / domeinnamen voor directe starten met een portal /site
Voor informatie en support:
van beek communicatie, VanBeekCommunicatie
strategie webmarketing
e-mail: ger@vanbeek.nl
M:0654722813
Nieuwe mobiele ICT-diensten in de zorg aan het bed en thuiszorg
Een hele zorg minder of een hele zorg meer?
Welke eisen stellen gebruikers aan omgevingsbewuste diensten in de zorg/thuiszorg? Hoe kunnen deze diensten worden gerealiseerd en geëxploiteerd en wie zijn de direct
belanghebbenden?
Dat zijn de centrale vragen in het deelproject B4U (business for you)-gezondheidszorg, waarin medewerkers van de TBM-secties Arbeids- en
Organisatiepsychologie samenwerken met TNO-Telecom en het Telematica Instituut.* Het project maakt deel uit van het Onderzoeksprogramma Freeband Kennisimpuls, dat mede wordt gefinancierd door de ministeries van EZ en OC en W.
Freeband Kennisimpuls is te beschouwen als een aanzet tot de ICES-KIS III/BSIK aanvraag.
Johan van der Kaf (47) is al weer enkele maanden revaliderend van een verkeersongeval. Hij
heeft met zijn zorgbegeleider Daniël afgesproken dat hij wat oefeningen buitenshuis gaat
doen. Hij klikt zijn mobiele CareScreen op zijn metallic rollator en plaatst een geluidszender/
ontvanger in zijn oor. Daniël ziet op afstand hoe hij zich beweegt en geeft enkele aanwijzingen.
Weer thuis zet Johan zijn CareScreen aan om zichzelf terug te zien. Dan krijgt hij een
melding van het ziekenhuis op het scherm: zijn behandelend arts heeft meegekeken en is
tevreden over zijn vorderingen. De afspraak voor deze week kan vervallen. Johan sluit de
verbinding.
Geen ‘technology push’
Is dit een verhaaltje uit een science fiction-boek? Niet helemaal. Het is heel goed mogelijk dat
deze vorm van dienstverlening via videocommunicatie over circa vijf jaar alom wordt
toegepast. De technologische ontwikkelingen gaan namelijk heel snel.
Een belangrijke innovatie die met name de efficiency, maar zeker ook de effectiviteit van de
gezondheidszorg, kan verbeteren is de ontwikkeling van ‘omgevingsbewuste diensten’.
Omgevingsbewuste diensten maken gebruik van omgevingsinformatie van de gebruiker.
Veelbelovende applicaties zijn ‘Presence and Instant Messaging’ (PIM) en ‘location based
services’. PIM-diensten maken het mogelijk om snel en effectief met collega’s te
communiceren, een locatiegebaseerde dienst ‘weet’ waar iemand zich bevindt of wat zijn bloeddruk of hartslag is.
Maar hebben mensen in de thuiszorg, de zorgvragers en de zorgverleners, wel behoefte aan
dergelijke diensten en worden de processen in de zorg er wel goed door ondersteund?
Het project B4U is gericht op het versnellen van de introductie van innovatieve omgevingsbewuste
diensten, maar zoomt daarbij vooral in op de behoeften van de gebruiker en op de
ontwikkeling van geschikte bedrijfsmodellen. Een van de belangrijkste uitgangspunten is het
feit dat er nimmer sprake mag zijn van ‘technology push’, de gebruiker staat centraal.
Stemmen
Het project is nu een bijna jaar bezig. Medewerkers van de sectie AOP hebben eerst, via
literatuuronderzoek en interviews met sleutelfiguren uit de thuiszorg , geïnventariseerd welke
problemen nu en in de toekomst een prominente rol spelen. De drie belangrijkste
probleemvelden die daaruit naar voren kwamen waren:
(1) communicatie tussen zorgvragers,
tussen zorgverleners en tussen deze groepen onderling;
(2) de (on)mogelijkheden om te
‘shoppen’ in de zorg, met als noodzakelijke voorwaarde het kunnen omgaan met het PGB
(het PersoonsGebonden Budget, het bedrag dat de zorgvrager is toegekend in het kader van
de AWBZ) en
(3) het inplannen van zorgverlening, waarbij ook oog is voor de cliënt en
zijn/haar privacy, wensen en behoeften.
2
Voor elk van deze probleemvelden is een oplossingsrichting geconcipieerd, die vervolgens in twee varianten is uitgewerkt: een variant die technisch gezien nu al mogelijk zou zijn en een
variant die pas over circa vijf jaar mogelijk wordt. Om de reacties van de betrokken partijen
op deze concepten te peilen werd op 21 februari de workshop ‘Een nieuwe Informatie- en
Communicatiedienst voor (een) Zorg (minder) Thuis’ georganiseerd. Daarbij was een brede
vertegenwoordiging van thuiszorg- en mantelzorgorganisaties aanwezig.
De mogelijkheden van de zes concept-varianten werden duidelijk gemaakt aan de hand van
‘scenario’s’, verhaaltjes over cliënten in herkenbare situaties. De deelnemers konden in
subgroepen discussiëren over de wenselijkheid en de realiseerbaarheid van elk van de
varianten. Aan het eind van de workshop brachten zij hun stem uit op het scenario, en dus de
conceptvariant, van hun voorkeur.
De drie concepten
In concreto ging het om de volgende drie concepten/diensten: een videocommunicatiesysteem,
een mobiele hulpdienst die met name gericht is op de potentiële gebruikers van het
PGB (de ‘e-buddy’) en een planningsinstrument, waarbij de cliënt zelf kan bepalen welke
zorgverlener wanneer waarvoor komt.
Een videocommunicatiesysteem kan in voorkomende gevallen aanzienlijke tijdwinst opleveren,
zowel voor zorgvrager als zorgverlener, omdat er minder gereisd hoeft te worden. De
eenvoudige variant gaat uit van een gepersonaliseerd thuiszorg-tv-kanaal. Hierbij kan de cliënt zijn eigen gegevens (in schrift, beeld en geluid) en planning opvragen en contact zoeken met de zorgverlener.
In de geavanceerde variant wordt uitgegaan van innovatieve mobiele technologie (het scenario Johan van der Kaf). Het accent ligt op synchrone communicatie en er zijn ook doorschakel mogelijkheden naar andere professionals.
De e-buddy moet de cliënt bijstaan bij het ‘shoppen’ in de zorg door hem te helpen omgaan
met zijn Persoonsgebonden Budget. De dienst stelt de cliënt in staat manager te zijn van zijn
eigen situatie door hem inzicht te geven in zijn bestedingsmogelijkheden en door hem toegang te verlenen tot noodzakelijke hulpmiddelen.
In de geavanceerde variant heeft de
gebruiker toegang tot een expertdatabase, ligt het accent op synchroon contact en is de dienst
omgevingsbewust. Door de dienst omgevingsbewust te maken wordt het bijvoorbeeld
mogelijk routebeschrijvingen te geven via sturing met mobiele communicatie ‘overal en altijd’.
Het elektronische planningsinstrument tenslotte maakt een optimale planning mogelijk. In de
eenvoudige variant gebeurt dit voornamelijk vanuit het perspectief van de zorgaanbieder. De
zorgverleners delen elkaars kennis en ervaring via een ‘community’ voor professionals en
korte behandelverslagen. Zij kiezen hun eigen opdrachten (ketenomkering). In de
geavanceerde variant staat de zorgvrager centraal. De cliënt heeft zelf invloed op de keuze van de zorgverlener. De zorgverlener kan zich alleen op de afgesproken tijd toegang verschaffen tot het huis van de zorgvrager via een chipsleutel.
Ontwerp- en testworkshop
Aan het eind van de middag bleken alle drie de concepten als uiterst interessant te zijn
ervaren. Het videocommunicatiesysteem was in de ogen van de deelnemers echter het meest
wenselijk . Omdat de problemen die met dit concept kunnen worden opgelost zich veelvuldig
voordoen, kan het volgens de deelnemers aan de workshop op een groot draagvlak rekenen.
Wel werden er een aantal kritische noten gekraakt en een aantal randvoorwaarden
geformuleerd.
B4U zal op basis van de uitkomst van de workshop nader onderzoek verrichten, in de vorm
van interviews, een creatieve sessie met B4U-leden en aanvullende literatuurstudie. Naar
aanleiding van de analyse van de workshop zal uiteindelijk een ontwerpworkshop
georganiseerd worden voor het concept/de dienst met de grootste succespotentie, waaraan
zowel eindgebruikers als ontwerpers deel zullen nemen. Tenslotte zullen eindgebruikers in de
3
gelegenheid worden gesteld de nieuwe dienst (waarschijnlijk een combinatie van de drie
besproken concepten) in een laatste workshop te testen. Het B4U-deelproject gezondheidszorg.
Meer informatie over B4U:
Marion Wiethoff (M.Wiethoff@tbm.tudelft.nl) of Thierry
Meulenbroek (T.Meulenbroek@tbm.tudelft.nl)
* Ook de sectie ICT participeert in B4U, maar in een ander werkpakket




