Medisch Consult: Zorgpro Telezorg Thuis

Wet Werken naar vermogen WMO

Eén integraal loket
Dat moet toch lukken?
Ray Geerling, Hans Spigt en Harry Woldendorp


Zowel binnen de sociale zekerheid als binnen de Wmo is sprake van een groot transformatieproces. De introductie van de Wet werken naar vermogen, de overgang van de AWBZ functie begeleiding naar de Wmo en de overgang van de jeugdzorg naar gemeenten betekenen dat alle niet medische ondersteuning aan burgers bij de gemeente terecht komt.

Wet werken naar vermogen

De regie op de onderkant van de arbeidsmarkt komt bij de gemeenten. Dit pleit ons inziens voor een integrale benadering van diagnostisering. Een aspect is om ook naar de verbinding
tussen Wmo en Wwnv te kijken: juist de functie van dagbegeleiding kan arbeidsmarkt ondersteunend worden ingevuld. De beleidsdiscussie over de sociale zekerheid is vooral gericht om het ondersteunen van mensen naar een mogelijke terugkeer naar de arbeidsmarkt. De Wwnv heeft een taakstellendkarakter: door de financiële structuur van de wet worden zowel de sociale dienst als de cliënt gedwongen een maximale
inzet te tonen richting arbeidsmarkt. Daarom is het ons inziens belangrijk goed zicht te hebben op de medische en psychosociale beperkingen die arbeidsmarktparticipatie kunnen hinderen. Dit voorkomt ineffectieve interventies.
De ondersteuning vanuit de Wmo en de overheveling van de begeleidingsfunctie maken integratie van participeren naar vermogen en meedoen beter mogelijk. Hoe beter daarbij de voorkant van de sociale zekerheid, hoe effectiever (doelmatiger)
de ondersteunende werkprocessen. Hierbij dient ons
inziens ook bij deze ondersteuning betrokken te worden hoe voorzieningen in de stad of wijk dienen te worden ingericht. De hierna uit te werken integrale diagnosestelling en de daarop
gebaseerde claimbeoordeling en het vervolgtraject bieden zicht op mogelijke collectieve voorzieningen en mogelijkheden voor specifieke persoonlijke ondersteuning. De focus ligt dus
nadrukkelijk op het inrichten van werkprocessen die arbeidsmarktknelpunten (op lokaal niveau) oplossen. De integrale toegang wordt zo belangrijk omdat gemeentengeconfronteerd worden met verschillende beleidsmaatregelen die ons inziens vanuit een samenhangend kader zouden moeten worden ingevuld:

Ÿ Hoe geven de gemeente en de uitvoeringsinstelling vorm aan de bezuinigingstaakstellingen?
Ÿ Hoe verantwoordt de gemeente het maatschappelijk rendement van haar acties?
Ÿ Hoe geeft de gemeente vorm (en bepaalt de resultaten) van verdere ontschotting van budgetten (Wmo/Wwnv)?
Ÿ Hoe komen de gemeente en de uitvoeringsinstelling tot een toekomstgerichte visie op uitvoeringsactiviteiten?
Ÿ Hoe geeft de uitvoeringsinstelling vorm aan nieuwe werkprocessen?
Ÿ Hoe krijgt de uitvoeringsinstelling zicht op welke competenties nodig zijn?
Ÿ Hoe krijgt de uitvoeringsinstelling zicht op welke voorzieningen nodig zijn?


Het is opmerkelijk dat cliëntprocessen zo gefragmenteerd zijn.
Ook de inrichting van werkpleinen heeft geleid tot autonome en naast elkaar bestaande cliëntprocessen. De verbinding tussen
sociale zekerheid en Wmo is in pilots uitgewerkt, maar
heeft weinig resultaten opgeleverd. De pilots ‘werken naar
vermogen’ leveren naar alle waarschijnlijkheid onvoldoende
resultaat. De inrichting van de loketfunctie draait regelmatig
om dubbele vormen van diagnosestelling (indicering), strijd
om budgetten, gefragmenteerd instrumentarium en geen
dominante partij (veel overleg). De introductie van de Wwnv
vereist dat de indicatiestelling voor de Wet Wajong en de Wsw
wordt aangepast. (De uitvoering blijft een wettelijke taak van
het UWV) Dit maakt ons model ook zo aantrekkelijk.
De principes waarop de Toonkamers zijn gebaseerd zijn nog
volledig van kracht:
Ÿ De klant centraal: één aanspreekpunt voor werkgevers en
werkzoekenden
Ÿ Integrale dienstverlening: binnen de gemeenten én in de
keten
Ÿ Ontschotte dienstverlening
Ÿ Ruimte voor lokaal management (bottom-up)
Ÿ Landelijke vraaggerichte dienstverlening
Belang burger Zoals vaak gaat het echter niet om de
principes (daar komen we wel uit met elkaar) maar om de implementatie
van de consequenties. Hoe geef je nu daadwerkelijk
vorm aan een gemeenschappelijke klantbenadering? Ons
vertrekpunt is: waar heeft de burger belang bij? Als dat gedefinieerd
is, dient het programmatisch te worden ingevoerd.
De inrichting van de werkprocessen is gebaseerd op de vraagstelling
van klanten, waarbij uiteraard niet wordt voorbijgegaan
aan de eigen verantwoordelijkheid van de burger. Door
betrokken organisaties te faciliteren (en te regisseren) vanuit
een eenduidige, onafhankelijke toegang worden de werkprocessen
na het (indicatie)advies in samenhang georganiseerd.
Door aan de voorkant (indicatie) voor een integrale aanpak te
kiezen kan winst worden geboekt. Bijvoorbeeld tussen doelgroepen
is sprake van veel overlap: jeugd in de Wmo, jeugdzorg
en Wajong, Wajong en begeleiding, Wsw en dagbesteding
et cetera.
De gemeenten willen zelf de uitvoering van de loonwaardebepaling
op zich gaan nemen. De inrichting hiervan is voor de
gemeenten nieuw terrein. Door een gecombineerde aanpak
kan het gehele traject rond klantmanagement kosteneffectiever
worden ingevuld. Hierbij kan gedacht worden om in de
toekomstige 30 Werkpleinen plus (participatiepleinen) een
gezamenlijk medisch diagnostisch centrum in te richten.

Voor kleinere gemeenten is een vorm van samenwerking
onmisbaar: dit voorgestelde model geeft vanaf de start invulling
aan die samenwerking.
Het bestuursakkoord geeft geen kader aan: dit betekent dat
het traject rond diagnostisering zeer gedifferentieerd en daardoor
kostenineffectief kan gaan uitpakken. Het beste model
(doelmatig en effectief) is ons inziens, dat voor iemand die in
aanmerking komt voor loondispensatie vanuit één integrale
toegang de medische en psychosociale beperkingen in beeld
gebracht worden. Ons vertrekpunt daarbij is overigens dat je
vanaf de start het besparingspotentieel zou moeten uitrekenen
en spelregels moet vaststellen wie wat dan krijgt. Het denken
in ketens en ketenregie is ons inziens onvoldoende om te
komen tot optimale dienstverlening. Vandaar dat wij ervoor
kiezen dat de gemeente verantwoordelijk is voor de regie.
De indicatieprocessen rond loonwaardebepaling enerzijds
en de AWBZ en de Wmo anderzijds kennen verschillende
mechanismen. In de huidige discussie wordt uitgegaan van
een gesplitste aanvraagprocedure: daardoor is er behoefte
aan een regierol met betrekking tot die splitsing aan de
voorkant (vermijden dubbele indicaties). Die regierol ligt
volgens ons bij de gemeente. Vanuit preventieperspectief
draagt de gemeente zorg voor samenhang tussen voorzieningen
binnen de sociale zekerheid, zorg en welzijn en
onderwijs.


Zie vervolg


Eén integraal loket
Dat moet toch lukken?
Ray Geerling, Hans Spigt en Harry Woldendorp klik hier



Randstad Zorg nieuws

Meld nieuws