Het valt niet mee om in de komkommertijd een column over Dordrecht te schrijven. Want wat moet er nog worden toegevoegd aan het nieuws dat het nieuwe 'Dordthuis' waarschijnlijk pas in november de deuren opent? En dat we dan ongetwijfeld ook nog te horen krijgen hoeveel extra miljoenen uiteindelijk nodig waren om het nieuwe onderkomen te realiseren.

Ook de conclusie over mijn asfalt reparatiekunstproject is onvermijdelijk: echt in de smaak gevallen is het blijkbaar niet. Er kwamen in ieder geval geen aanmeldingen binnen om mee te helpen met proefafdrukken op het asfalt. De meeste reacties bleven steken bij: "Leuk bedacht."

Toch vormde collega-columnist Bert den Boer  opnieuw de inspiratie voor deze column. Bert had namelijk van alles aan zijn (vakantie)fiets hangen.
In mijn column wordt dat thema net iets anders belicht, met bijna dezelfde titel. Dit keer gaat het niet over kunst, maar wél over een kunststukje, want ook voor mij is de fiets onmisbaar.
Dankzij dit vervoermiddel konden rubrieken als Dordtse Dingetjes, Kijk in de wijk, Dordrecht onder de loep en – laat ik het toch nog maar eens noemen – de succesrubriek over de weggeef- en uitleenboekenkasten (mede dankzij de lezers) ontstaan.

Op de fiets zie je nu eenmaal veel meer.

Na het WK-voetbaldebacle van het Nederlands elftal was er afgelopen zondag alle reden om als sportliefhebber weer eens goed voor de televisie te gaan zitten. Ik had namelijk overal rondbazuind dat het me niet zou verbazen als Tadej Pogačar ook de slot-etappe van de Tour de France zou winnen. Misschien wat hoogmoedig, maar vooral bedoeld om te onderstrepen dat 'Pogie' op dit moment simpelweg de sterkste wielrenner ter wereld is.

Het bijzondere aan deze sportman is dat ook hij van alles aan zijn fiets heeft hangen. Natuurlijk geen fietstassen of kampeerspullen, maar wel een flinke portie bagage: verwachtingen, verantwoordelijkheid en de druk om telkens weer te winnen. Toch wist hij die last te combineren met oog voor zijn ploeggenoten. Zo schonk hij opzichtig zijn ploeggenoot Del Toro de witte trui én de derde plaats in het algemeen klassement.

Maar er was nóg een renner van de buitencategorie: niemand minder dan Mathieu van der Poel. Op de Champs-Élysées won hij met een ongekende solo, waarin hij de gebruikelijke wielerwetten tartte. Samen met Pogačar op kop hield hij door pure wilskracht, instinct en een uitzonderlijk vermogen stand tot aan de finish.

Wie de aankomst zag, heeft kunnen zien hoe je jezelf bijna letterlijk dood kunt rijden. Een sprint van ruim vijfhonderd meter en uiteindelijk nét genoeg overhouden om te winnen van een ploeggenoot die hem die eer van harte gunde.

Zijn overwinning was niet alleen een heroïsch moment, maar luidde ook een nieuwe koers in: aanvallen, lef tonen en zélf de wedstrijd maken, in plaats van af te wachten.
Zo'n nieuwe koers zou overigens ook uitstekend passen bij de nieuwe bondscoach van het Nederlands mannenvoetbalelftal. De KNVB  hoeft alleen maar deze column te lezen.

Kortom: het is echt bizar wat je allemaal aan je fiets kunt hangen!

=====

Bent u nieuwsgierig naar wat onze ‘Dordrecht.net’ columnisten nog meer te vertellen hebben? Klik dan  HIER .