Afgelopen maandag nam ik u mee naar de Dordtse reünie op de ‘Burghse Dag’ op Schouwen-Duiveland. Daar zag ik voor het eerst een defilé van oude brommers, zoals Kreidlers en Zündapps. Het bracht me spontaan terug naar de jaren zestig.
Ik versleet eerst een Solex die ik van een kennis van mijn ouders mocht hebben. Toen de pruttelbrommer het begaf gaven mijn ouders toestemming om van mijn spaargeld bij iemand uit de straat voor 60 gulden een tweedehands Berini te kopen.
Mijn klasgenoten kwamen vooral op een Puch of Tomos naar school: brommers met versnellingen en vooral een opvallend hoog stuur. Mijn automatische Berini stak daar wat zielig bij af. Geen meisje die bij mij achterop wilde.
Mijn vader was niet wars van experimenteren en dat had ik blijkbaar van hem meegekregen. Ik sloopte het kapje boven het stuur, monteerde een fietsstuur met hoge pen en verhuisde de handvatten en lichtschakelaar. Mijn Berini leek ineens verdacht veel op een Puch of Tomos.
De niet bestaande versnelling was nog wel een probleem. Ook dat loste ik op: tijdens het rijden zette ik de automaat even in zijn vrij en gaf kort gas. Het klonk precies zoals een ‘schakelbrommer’ hoorde te klinken. Een blinkende, verchroomde knalpijp kon ik niet betalen; die kostte ongeveer net zoveel als mijn tweedehandsje.
Er was nóg een financieel probleem: de benzine moest ik zelf betalen. Mijn omgebouwde ‘Puch’ had een grotere tank en was bovendien veel minder zuinig dan de Solex. Mijn zakgeld vervloog net zo snel als de benzinedamp.
In de schuur stonden allerlei schoonmaakmiddelen, waaronder wasbenzine. Omdat dat woord verdacht veel op benzine leek, maakte ik mijn eigen ‘mengsmering’: een beetje wasbenzine met een paar druppels olie. Als mijn zakgeld bijna op was, kreeg de brommer af en toe een ‘shotje’. Het werkte verrassend goed, al rook het wel wat anders.
Het ging heel lang goed. Totdat mijn vader in de schuur een aantal vrijwel lege wasbenzineflessen aantrof. Hij vond het een ‘zakie met een verdacht luchie’ en ontdekte uiteindelijk de dader.
Ook op latere leeftijd bleef het experimenteren blijkbaar in mijn bloed zitten. Als onbetaalde influencer (zie mijn eerste komkommertijdtip) heb ik in onze tuin regelmatig last van brandnetels, bramen, zevenblad, heermoes, gehoornde klaverzuring en piespotjes. Weghalen helpt nauwelijks: een paar dagen later staan ze er weer.
Bij het tuincentrum zag ik allerlei verschillende flesjes voor verschillende soorten ongewenste planten voor ongeveer 15 euro, goed voor vier sproeibeurten. Dat vond ik nogal prijzig. Bij het bekijken van de planten viel me op dat het blad wat vettig aanvoelde. Het lampje ging branden. Ik vond een ontvetter: twee driehoekige plastic flessen van een liter, een sproeifles en een navulfles, voor nog geen vijf euro.
In Dordrecht zijn maar twee zaken waar je het spul kunt kopen. Niet verdunnen en bij zonnig weer één keer heel kort ‘de trekker overhalen’ van de sproeifles. De klaverzuring verdwijnt verbluffend snel (binnen een uur). Bij zevenblad, brandnetel en heermoes zie je binnen enkele dagen verandering en na een kleine week is het spul vrijwel dor.
Als u ook last van irritante ‘planten’ in uw tuin of tussen de stenen hebt dan zou ik als de ‘wideweerbra’* gaan schoonmaken en denk erbij dat u gewoon in de tuin ‘de was' doet met een schoonmaakmiddel.
*doordenkertje
Tips: spuit uiteraard niet op planten die u wél wilt behouden. Gebruik de ontvetter alleen als u echt radeloos bent van de woekerende ongewenste planten.
Bonus: hetzelfde spul werkt ook tegen een vette kraag, op het barbecuerooster, wieldoppen, de wasemkap en andere vettigheid.
-0-0-0-0-0-
Dit was overigens de tweede Komkommertijdtip. Binnenkort de laatste. Die gaat niet over de volgende en totale zonsverduistering die in Nederland te zien is (7 oktober 2135), maar wel over een andere nuttige verduistering.
*****
Bent u nieuwsgierig naar wat onze ‘Dordrecht.net’ columnisten nog meer te vertellen hebben? Klik dan HIER .