Deze column is een ode aan de Dordtse horeca. Sinds mijn pensionering sponsor ik eens per drie maanden, samen met drie oud-onderwijscollega’s, de Dordtse horeca. Gezelligheid staat voorop en één keer per jaar is een van ons de klos om een ander restaurant uit te zoeken dat in ieder geval bekend is met het begrip shared dining. Wat we eten, is eigenlijk bijzaak.
Mensen kijken
Tijdens onze avonden wordt heel wat afgekletst, maar ik neem ook altijd de tijd om eens om me heen te kijken. Daarbij valt me de laatste tijd steeds vaker iets op waaraan ik me erger: mensen die tijdens het eten hun pet, hoed of ander hoofddeksel ophouden.
Blijkbaar is dat tegenwoordig het ‘nieuwe normaal’. Of je nu op een terrasje zit of uitgebreid dineert, het hoofddeksel blijft op het hoofd waarvoor het ooit bedoeld was. Alsof het bij de outfit hoort en onder geen beding af mag.
Ik ben misschien ouderwets, en wellicht zijn de ondernemers ook meegegroeid met de nieuwe normen - iedereen wilt immers zijn bezoekers binnen houden - , maar ik heb altijd geleerd dat je bij het binnengaan van een restaurant, en zeker wanneer je aan tafel gaat, je hoofddeksel afzet.
Niet omdat het moet van een strenge etiquette-expert zoals Odilia de Ranitz uit de serie Oh oh Den Haag, maar gewoon uit fatsoen.
Want terwijl iedereen ontspannen de menukaart bestudeert, zijn anderen hard aan het werk. In de keuken wordt onder tijdsdruk gekookt en worden gerechten zorgvuldig opgemaakt. De bediening loopt af en aan, neemt bestellingen op en probeert ervoor te zorgen dat het ons aan niets ontbreekt. Vaak met een glimlach, ook als het druk is.
Horecabezoekers schuiven aan en verwachten dat alles klopt: het eten moet lekker zijn, op tijd worden geserveerd en de bediening moet vriendelijk zijn. Daar betalen we natuurlijk voor, maar een beetje waardering mag toch ook uit onze houding blijken?
Een klein gebaar, een groot verschil
Voor alle duidelijkheid: het gaat mij niet om het hoofddeksel op zichzelf. Iedereen heeft zijn eigen smaak en stijl.
Wie om medische, praktische of persoonlijke redenen een hoofddeksel draagt, zal mij daar niet over horen. Toch lijkt het er steeds vaker op dat een pet of hoed, ook zonder duidelijke noodzaak, tijdens het eten op het hoofd blijft zitten.
Maar als het simpelweg een modeaccessoire is, waarom zet je het dan niet even af wanneer je aan tafel gaat?
Het kost niets en doet geen pijn. Sterker nog, het is een klein gebaar waarmee je respect toont voor de plek waar je te gast bent en voor de mensen die jouw avond tot een succes maken. Van de kok die met aandacht jouw maaltijd bereidt tot de ober die je vriendelijk vraagt of alles naar wens is: achter een geslaagde avond gaat veel werk en toewijding schuil.
We laten onze waardering vaak blijken door een compliment te geven of een fooi achter te laten, maar soms zit respect juist in iets kleins.
Zij verdienen onze waardering. En misschien begint die wel met iets heel eenvoudigs: je petje afzetten als gebaar. Want we zeggen niet voor niets: ‘Petje af!’ tegen iemand die goed werk levert.
Tot slot kon ik het als oud-leerkracht natuurlijk niet laten om enkele bekende uitdrukkingen en gezegden met het woord ‘pet’ op een rijtje te zetten. Al snel kwam ik tot de conclusie dat er eigenlijk maar één in aanmerking kwam voor deze column. Bijna alle andere hebben namelijk een negatieve bijklank. En daar ga ik dus echt niet over schrijven!

******
Bent u nieuwsgierig naar wat onze ‘Dordrecht.net’ columnisten nog meer te vertellen hebben? Klik dan HIER .