DORDRECHT – In deze terugkerende rubriek gaat onze praatjesmaker Ferry op bezoek bij Dordtenaren en bekende personen die in Dordrecht werkzaam zijn. Deze keer spreekt hij met twee beroemde oud-Dordtenaren die tegenwoordig weinig respect lijken te krijgen van een deel van de tweewielers. Ik jullie voorstellen aan Johan en Cornelis de Witt.

Voorwoord
Deze Praatjesmaker is anders dan anders. Regelmatig schreef ik over het fietsenprobleem bij station Stadspolders. Lezers vroegen of ik ook aandacht wilde besteden aan de respectloze behandeling van de gebroeders de Witt, die op de Visbrug geregeld achter fietsen verdwijnen. Ik trok de stoute schoenen aan en wekte – samen met een AI-sausje  – de broers tijdelijk tot leven.

Ferry

=====


Tip: Stuur de link van deze pagina naar bijvoorbeeld uw tablet, Ipad, PC of laptop. Het leest en kijkt beslist veel relaxter.​

*********

Tijd voor een praatje met Johan en Cornelis de Witt

Johan, jullie staan en zitten sinds 1918 op de Visbrug en vlak bij het huis waar jullie zijn geboren. Bevalt deze plek?
“Zeker! We woonden aan de Grotekerksbuurt op nummer 21. Helaas is ons oorspronkelijke geboortehuis afgebroken. We hebben nu een mooie plek in de historische binnenstad, midden tussen de bezoekers en de gezelligheid. Het is bovendien een internationale eetplek. Gelukkig zijn onze neuzen dichtgesmeerd, anders liep het water ons voortdurend uit de mond en dan zouden de vloedplanken iedere dag nodig zijn in dit gebied. 
Maar we kijken tegenwoordig ook de hele dag tegen tweewielers aan. Dat bevalt ons minder.”

Tweewielers?
Cornelis:
“Soms ook driewielers, maar het meest zien we fietsen en scooters! Ze staan voortdurend om ons heen. Soms lijkt het wel alsof we op of ik een fietsenstalling staan in plaats van bij een historisch monument. Ik zou bijna denken dat we de beschermheiligen van de tweewielers zijn geworden!”

De tekst gaat onder de afbeeldingen verder

Foto: Ferry Visser n.a.v. column 'Respect' 

Hebben toeristen daar ook last van?
“Absoluut. Mensen komen speciaal naar Dordrecht om ons te bekijken en een mooie foto te maken. Maar zodra ze hun camera pakken, staan er fietsen of bakfietsen voor onze benen. Dan hoor je ze zuchten: ‘Kan die fiets even opzij?’ Alsof wij die dingen zelf hebben neergezet!”

Laten we het over jullie geschiedenis hebben. Wie waren jullie eigenlijk?
Johan: “Ik werd in 1650 pensionaris van Dordrecht en in 1653 raadpensionaris van Holland. Dat was een belangrijke politieke functie. Ik speelde een grote rol in het bestuur van de Republiek en was een vooraanstaand leider van de staatsgezinden. Ik wilde voorkomen dat prins Willem III van Oranje te veel macht kreeg.”

Cornelis: “Ik was bestuurder in Dordrecht en werd in 1654 ruwaard van Putten. Dat betekende dat ik verantwoordelijk was voor het bestuur en de rechtspraak in die streek. Ook speelde ik een belangrijke rol bij militaire ondernemingen op zee, waaronder de Tocht naar Chatham in 1667, waarbij de Engelse vloot werd aangevallen.”


Jullie leefden in de Gouden Eeuw. Was die eeuw voor iedereen een gouden tijd?
Cornelis: “Zeker niet! Nederland verdiende veel geld met handel, maar niet iedereen profiteerde daarvan. Er waren politieke conflicten, ongelijkheid en koloniale uitbuiting en slavernij. De Gouden Eeuw was dus lang niet voor iedereen een gouden tijd.”

Wat gebeurde er met jullie in 1672?
Cornelis: “Dat was het Rampjaar. De Republiek werd van verschillende kanten aangevallen en de bevolking was bang en boos. Politieke leiders kregen de schuld. Ik werd beschuldigd van een samenzwering tegen Willem III. Toen Johan mij op 20 augustus 1672 uit de gevangenis in Den Haag kwam ophalen, werden we door een woedende menigte vermoord.
En na zo'n dramatisch einde krijgen we tegenwoordig ook nog eens fietsen voor onze neus. Soms zelfs met de stank van gemotoriseerde tweewielers erbij!”

Hoe kijken de mensen tegenwoordig naar jullie?
Johan: “Veel mensen zien ons als belangrijke figuren uit de Nederlandse geschiedenis. Ons verhaal herinnert aan politieke verdeeldheid en de gevaren van volkswoede. Het is belangrijk dat mensen blijven nadenken over wat er destijds is gebeurd. Toeristen zijn soms vooral bezig met de vraag hoe ze ons op de foto krijgen zonder fiets in beeld.”

Wat zouden jullie aan de situatie willen veranderen?
Cornelis: “Ik begrijp best dat mensen hun fiets ergens moeten parkeren. Maar moet dat precies voor ons uitzicht? Bij het standbeeld van Willem van Oranje, een paar straten verderop, zie je geen fietsen en nauwelijks een hond. Al staat daar natuurlijk wel zijn eigen hond en wellicht schrikt dat beest mensen af.”

Johan: “Een paar goede fietsenrekken op een andere plek zouden al veel helpen. Dan blijven we zichtbaar en kunnen bezoekers mooie foto's maken. Een duidelijk zichtbaar informatiebord over onze geschiedenis zou ook welkom zijn. Zo ontdekken mensen niet alleen wie we waren, maar ook waarom we hier staan. Verder zou het ook al helpen als er een parkeerverbod op de Visbrug zou komen. Hoe simpel kan dit zijn! We hebben ideeën genoeg dus.”

Jullie zouden in deze tijd misschien met een koptelefoon rondlopen. Naar welke muziek luisterden jullie vroeger?
Johan: “Ik hoorde graag muziek die thuis en aan het hof werd gespeeld, zoals dansmuziek uit mijn tijd.”

Cornelis: “Muziek hoorde bij feestelijke gelegenheden en bijeenkomsten. Denk aan violen, luiten en klavecimbels. Muziek was een belangrijk onderdeel van het culturele leven.
Wat jullie wellicht niet weten is dat wij ook nachtbrakers zijn en lopen geregeld met een koptelefoon met muziek van onze tijd rond.


Wat deden jullie in je vrije tijd?
Johan: “Mijn werk nam veel tijd in beslag, maar ik hield me graag bezig met wiskunde. Ik schreef zelfs over onderwerpen als kansberekening. Rekenen en nadenken waren voor mij niet alleen werk, maar ook een passie.”

Cornelis: “Mijn belangstelling lag vooral bij bestuur en militaire zaken. Ik hield me bezig met de vloot en zeemilitaire ondernemingen.”

Jullie hebben allebei in Leiden rechten gestudeerd en maakten in 1645 een reis door Frankrijk en Engeland. Wat betekende die reis voor jullie?
Johan: “We waren jong en nieuwsgierig en wilden meer van de wereld zien. We bezochten verschillende steden en leerden over andere landen en culturen. In het Franse Angers promoveerde ik in de rechten. De reis was een waardevolle aanvulling op onze opleiding.”

Cornelis: “Na onze terugkeer gingen we ieder onze eigen weg en kregen we belangrijke functies in de Republiek.”

Dan de herdenking op 20 augustus. Zouden jullie een denkbeeldig petje afnemen voor Ben Corino, de initiatiefnemer van de jaarlijkse herdenking bij jullie standbeeld?
Johan: “Absoluut! Dat er eeuwen later nog mensen stilstaan bij wat ons is overkomen, vinden we bijzonder.”

Cornelis: “Ben verdient een diepe buiging. Geschiedenis is meer dan een verhaal in een schoolboek. Juist wanneer een verhaal ongemakkelijk is, moet je het blijven vertellen. Dankzij de jaarlijkse herdenking blijft de herinnering aan die dramatische dag levend.”


Wat betekent die herdenking voor jullie?
“Het geeft betekenis aan onze aanwezigheid. Dagelijks zien we toeristen, voorbijgangers en fietsers die soms zo dicht om ons heen staan dat bezoekers nauwelijks een goede foto kunnen maken. Maar op 20 augustus draait het niet om foto's. Dan gaat het om herinnering, bezinning en respect voor de geschiedenis van Dordrecht en Nederland. Opvallend genoeg zijn er tijdens de herdenking geen fietsen te zien! Het mooist zou zijn als de Dordtenaren ons het hele jaar zouden herdenken. Maar eerlijk gezegd is dat dan wel een beetje overdreven. Ik zei dit alleen vanwege de fietsoverlast.”

Hebben jullie nog een boodschap voor de fietsers van Dordrecht?
“Jazeker! Parkeer uw fiets gerust, maar liever niet voor onze neus. Denk ook eens aan een ander, zoals de toeristen die een mooie foto willen maken.”

Als jullie één dag tot leven konden komen, wat zouden jullie dan doen?
Johan: “Eerst zouden we alle fietsen netjes naar een fietsenstalling brengen!


Daarna maken we een wandeling door het historische centrum, drinken we op een terras in de buurt van Willem van Oranje eerst een bakje koffie en een biertje. Daarna gaan we genieten van de andere mooie dingen van onze mooie stad.

Johan en Cornelis de Witt op Statenplein 2.0


Voor we weer in onze stijve houding op de Visbrug gaan staan, controleren we natuurlijk of er geen nieuwe fietsen voor ons zijn neergezet.”

"Ons lichaam werd al stijf, maar we waren net op tijd om deze fietsen nog te kunnen verplaatsen."

​

Tot slot: hebben jullie een uitsmijter waarmee dit fietsendrama eindelijk wordt opgelost?
“De echte oplossingen hebben we al gegeven. De autoriteiten moeten dit gaan oplossen. Wij hebben in Dordrecht al heel wat meegemaakt, maar dat onze eigen stadgenoten ons achter een muur van fietsen zouden verstoppen, hadden we zelfs in onze tijd niet kunnen bedenken. We vragen niet om een buiging, alleen om een beetje respect. Zet uw fiets niet pal voor ons neer. Want ......



Nawoord
Met deze bijzondere editie van Praatjesmaker wilde ik op een luchtige manier aandacht vragen voor een serieus punt. De gebroeders Johan en Cornelis de Witt zijn verbonden met de geschiedenis van Dordrecht en Nederland. Hun standbeeld op de Visbrug verdient het om zichtbaar te blijven, niet alleen voor de Dordtenaren, maar ook voor de vele bezoekers die onze historische binnenstad komen bewonderen.

Natuurlijk begrijp ik dat fietsen bij een levendige binnenstad horen. Maar geef alsjeblieft de gebroeders de Witt respect en hun vrije uitzicht terug!

Voor dit gesprek heb ik mijn fantasie de vrije loop gelaten en een beetje hulp van AI ingeschakeld. I
Ik vermoed dat Johan en Cornelis in hun tijd hun mening over de huidige fietsenproblematiek ook niet onder stoelen of banken zouden steken.

Mijn bedoeling is om samen na te denken over hoe we onze stad aantrekkelijk en gastvrij kunnen houden. Want de gebroeders De Witt hebben al eeuwen geschiedenis geschreven. Het zou toch jammer zijn als ze in hun eigen stad voorgoed achter een rij fietsen verdwijnen?

Ferry



*****

Bent u nieuwsgierig naar wat onze ‘Dordrecht.net’ columnisten nog meer te vertellen hebben? Klik dan  HIER .


​